Mariendael
IN DEN BEGINNE…. 1819: Hendrik de La Geneste koopt het kapitale landgoed van Johannes Gerardus de Bruijn. Het omvatte een kapitaal huis, moeshof, vijver en boomgaard. Het huis droeg de naam “Veenzicht” en het gehele terrein “Venestein” was 74 Hollandse morgens groot wat neerkomt op ongeveer 60.000m2 Het terrein was gelegen op een bebost, hoger gelegen, stuk zandgrond in een laagveen gebied. Veenzicht lag dicht tegen een verhoging in het landschap genaamd “De Heksenkring”. De familie de La Geneste had daar een theehuis.
1850: Het geheel komt in bezit van Mgr. De La Geneste, de zoon van Hendrik de la Geneste. Deze vooraanstaande Jezuïet stelde zijn landgoed beschikbaar aan de priesterstudenten (novicen) die in het huis “Veenzicht” hun wekelijkse vrije dag doorbrachten. Deze Jezuïeten woonden en werkten sinds 1629 in Ravenstein nadat ze de stad Den Bosch moesten ontvluchten. Ravenstein was een  soevereine heerlijkheid met godsdienstvrijheid, reden waarom zich hier veel kloosters vestigden. (Er kwam een beperkte godsdienstvrijheid in 1796,  toen Kerk en staat werden gescheiden. De Grondwet van 1848 bracht een verregaande godsdienstvrijheid) Het huis dat de Jezuïeten in Ravenstein hadden was  te klein geworden voor hen. Men veronderstelde dat de spoorlijn Nijmegen -’s Hertogenbosch in Grave een station zou krijgen. (uiteindelijk is dat Ravenstein geworden!)
DE GESCHIEDENIS VAN OUDE KLOOSTER EN LANDGOED MARIËNDAAL BEGINT IN 1860. De Jezuïeten kochten van Mgr. De La Geneste een stuk grond van het landgoed Venestein. Dit stuk grond lag naast zijn buitenverblijf “Veenzicht”. 1862 tot 1865 bouwden de Jezuïeten een klooster op dat stuk grond (Jezuïeten spraken en spreken overigens niet van klooster maar van huis). Het huis kreeg de naam Mariëndaal en werd gebouwd door de paters Jezuïeten zelf.   De architect was pater A. Slootmaekers S.J. Eind 19de eeuw was het huis “Veenzicht” zo vervallen dat het werd afgebroken.
                                          1609                                                                    1837 Het oude klooster  is een uit drie blokvormige vleugels bestaand pand, in neogotische stijl, dat op korte afstand van de oude doorgaande weg tussen Nijmegen en s-Hertogenbosch is gebouwd. Het gebouw is nog nagenoeg geheel in oorspronkelijke staat. In 1924-'25 is de bekroning van de geveltoren vervangen. Het heeft een bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur, wegens het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek. En is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur. Rond het gebouw bevond zich een tuin in de Engelse landschapsstijl.  1880: Na het overlijden van Mgr. De La Geneste kochten de Jezuïeten de rest van het tegenwoordige landgoed Mariëndaal. Op Mariëndaal is nog de sokkel te vinden waar ooit het borstbeeld van Mgr. De La Geneste heeft gestaan. 1966: Het klooster met landgoed werd verkocht aan de Sint-Jozefstichting, die de opvang voor mensen met een verstandelijke beperking verzorgde. Het kreeg de naam “De Binckhof”. Nadat de cliënten van De Binckhof in de jaren ’80 het klooster verlieten, heeft het jarenlang leeggestaan.
DE JEZUïETEN. De paters deden aan zielzorg in de omgeving en leidden missionarissen op die onder meer naar Java werden uitgezonden. Tot de velen, die hun noviciaat in Mariëndaal aanvingen, behoren de theoloog Piet Schoonenberg, de Generaal-overste Peter-Hans Kolvenbach, de Amsterdamse pastor Jan van Kilsdonk, de in Dachau omgekomen rechtsgeleerde Prof. Robert Regout, hoogleraar Javaans dr. Piet Zoetmulder en de linguïst dr. Jac. van Ginneken. Priesters die de orde gedwongen of vrijwillig verlieten waren onder meer liturgie-ijveraar Huub Oosterhuis en componist Bernard Huijbers.
  In de gloriejaren, vooral vlak na de Tweede Wereldoorlog, meldden zich jaarlijks op 7 september wel zo'n 25 kandidaten voor de orde. In de jaren zestig was dat geheel voorbij. Met af en toe één kandidaat, werd een voor hem afgestemd programma aangeboden. Voor Mariëndaal als Jezuïetenhuis was toen allang geen emplooi meer. De Jezuïeten probeerden zoveel mogelijk zelf in hun levensbehoefte te voorzien. Zo was er achter het klooster een visvijver en verder op het terrein een boomgaard. In 1965 vierden de Jezuïeten hun eeuwfeest en in 1966 namen ze afscheid van Velp om een nieuw gebouw in Venlo te betrekken.
1850
Terug Foto’s
klooster der paters Jezuïeten.